‘De rest van het jaar genieten’: Gaethje houdt titelverdediging open
Justin Gaethje wil na zijn titelwinst eerst herstellen van knie- en handblessures; een gevecht met Arman Tsarukyan staat nog niet gepland.
Justin Gaethje is de onbetwiste UFC-lichtgewichtkampioen, maar weet niet of hij die titel ooit nog verdedigt. De 37-jarige Amerikaan zegt op de podcast Flagrant nog geen beslissing te hebben genomen over zijn toekomst, geplaagd door blessures uit zijn recente titelreeks.
Knie kapot, hand kapot
Gaethje pakte in januari de interimtitel door Paddy Pimblett te verslaan. In juni volgde de kroon op zijn werk: bij UFC Freedom 250 rekende hij af met Ilia Topuria en werd hij onbetwist kampioen, meldt Sherdog.
De prijs was hoog. Gaethje spreekt over een diepe kneuzing in zijn knie en een hand die nog niet bestand is tegen een stoot. Rust staat voorop, zegt hij: hij wil de rest van het jaar gewoon genieten van het kampioenschap voordat hij een zakelijke en persoonlijke knoop doorhakt.
Veertig gevechten, één twijfel
Gaethje wijst naar zijn eerste partij in 2008 en telt inmiddels veertig gevechten, amateurpartijen meegerekend. De titelgevechten tegen Pimblett en Topuria kostten hem naar eigen zeggen veel – fysiek en mentaal.
Zijn hersenen hebben rust nodig na de trainingskampen die aan die twee partijen voorafgingen, stelt hij. Meer achtergrond over zijn sportieve situatie en de weg naar dit titelschap is te lezen in dit artikel over Gaethjes titelambities.
Tsarukyan wacht, een datum niet
Eén naam staat vast als Gaethje wél weer de kooi instapt: Arman Tsarukyan. De Armeniër versterkte zijn dossier met een knock-out van Mauricio Ruffy bij UFC 331 en is volgens Gaethje de logische volgende uitdager zodra hij zijn titel verdedigt.
Een officiële datum voor die titelverdediging is er niet. Sportsnet bevestigt dat Gaethje eerst wil herstellen voordat hij een besluit neemt over de rest van zijn carrière, aldus Sportsnet.
Voor nu blijft de lichtgewichtdivisie in de wachtkamer. De riem hangt om Gaethjes middel, maar niemand weet hoe lang nog.
