Als kind werd hij uitgelachen, geslagen en genegeerd. Nu beuken zijn vuisten tegenstanders knock-out in de grootste kickboksring ter wereld. Ionut Iancu, de ‘Tank van Oltenia’, laat zien dat niets vastligt – zeker geen lot.
Hij leek allesbehalve een vechter. Ionut Alin Iancu werd gepest op school, uitgelachen in de buurt. Hij werd gezien als een makkelijk doelwit, de jongen die altijd op de grond lag. "Als iemand me toen had gezegd dat ik vechter zou worden, had iedereen gelachen," zegt hij.
Maar iets veranderde. De vernedering en machteloosheid vormden geen littekens, maar brandstof. Iancu besloot de rollen om te draaien. Na maanden van trainen stapte hij voor het eerst de ring in. Hij had geen jeugd vol sportprijzen of medailles. Alleen woede, discipline en wil.
Zijn eerste stappen in DFS, een nationale kickboks en vechtorganisatie in Roemenië, gingen niet vlekkeloos. Na zijn debuut zat hij drie jaar lang in een diep dal. Eén overwinning. Drie nederlagen op rij. Coaches twijfelden. Fans keken weg. Iancu stond op de rand van stoppen.
Maar dan: 2020. Zijn laatste kans in het zwaargewichttoernooi werd zijn eerste grote moment. Hij won. In stijl. En vanaf daar hield niets hem meer tegen.
Tussen 2020 en 2023 won Iancu negen van zijn tien gevechten. Twee keer werd hij kampioen zwaargewicht bij DFS. Geen toeval meer. Geen geluk. Gewoon een dominante vechter.
In 2024 volgde de overstap naar Glory. De plek waar grote namen hun stempel drukken. Iancu was er niet om te leren, hij kwam om te winnen. Binnen korte tijd sloeg hij zich met drie KO-overwinningen de Top 10 binnen. Geen hype, geen praatjes. Alleen prestaties.
Het verhaal van Ionut Iancu is niet alleen dat van een vechter. Het is dat van een jongen die zich niet neerlegde bij hoe anderen hem zagen. Pesterijen, tegenslagen, afwijzingen – het werd zijn motor. Hij gaf niet op toen het tegenzat. Hij stopte niet toen het misging. Hij vocht. Steeds opnieuw.
Vandaag staat hij op de Glory-ranglijst tussen de beste zwaargewichten ter wereld. En hij doet het op zijn manier. Rustig. Met kracht. Zonder de behoefte om terug te schreeuwen. Want zijn vuisten praten duidelijk genoeg.
Lees het artikel op de mobiele website