Waarom de Nederlandse low kick carrières breekt in kickboksen en MMA

| door Alex Kowalski

Eén trap. Meer is vaak niet nodig. De Nederlandse low kick heeft carrières gebroken, titels beslist en tegenstanders wankelend achtergelaten. In vrijwel elke internationale ring klinkt dezelfde waarschuwing: let op die benen.

Lees ook

Het is geen mythe. Het is een handelsmerk geworden van het Nederlandse kickboksen.

De techniek achter de impact

De kracht van de low kick zit niet alleen in brute power. Nederlandse vechters slaan eerst hoog en midden om de dekking te openen. Daarna volgt de trap laag op het bovenbeen. Hard, strak en zonder aarzeling. De scheen raakt precies waar het pijn doet.

Het verschil zit in timing en balans. De trap komt vaak op het moment dat een tegenstander net gewicht verplaatst. Daardoor vangt hij de klap niet stabiel op. Het gevolg is directe schade. Spieren verstijven, beweging vertraagt en het gevecht kantelt.

Van gymcultuur tot wereldpodium

In Nederlandse gyms is de low kick geen bijzaak. Het is basiswerk. Eindeloos herhalen, aanscherpen, combineren. Die cultuur heeft de sport gevormd. Trainers hameren op druk naar voren, combinaties afmaken en altijd laag eindigen.

Dat patroon zie je terug bij grote namen uit Nederland. De low kick is geen verrassing, maar tegenstanders kunnen hem toch niet stoppen. Wie één keer verkeerd staat, voelt het meteen.

Meer dan alleen kracht

Wat de Nederlandse variant zo gevaarlijk maakt, is het strategische gebruik. De trap wordt niet willekeurig gegooid. Hij wordt opgebouwd. Eerst jabs, dan stoten naar het lichaam, dan de draai van de heup en de impact op het bovenbeen.

Na twee of drie goede treffers verandert het gevecht. Een tegenstander kan niet meer vrij bewegen. Snelheid verdwijnt. Zelfvertrouwen ook.

Daarom wordt de Nederlandse low kick wereldwijd gerespecteerd. Niet omdat hij onverwacht is, maar omdat hij bijna onvermijdelijk voelt wanneer hij goed wordt uitgevoerd.

Lees het artikel op de mobiele website

Net binnen

Bekijk meer artikelen