Ernesto Hoost spreekt met vuur over SENSHI. De viervoudig K-1-kampioen ziet in de organisatie het pure kickboksen terug dat hij zelf belichaamde. Op 28 februari krijgt Varna een historische avond met het eerste Grand Prix-toernooi onder de 75 kilo.
In het Palace of Culture and Sports in Varna viert SENSHI zijn dertigste editie. Met een nieuw toernooi format en twaalf vechters uit dertien landen staat er meer op het spel dan alleen een titel.
SENSHI 30 markeert een belangrijk moment voor de internationale organisatie. Voor het eerst wordt er een Grand Prix gehouden in de klasse tot 75 kilo. De winnaar kroont zich tot de eerste kampioen in deze divisie.
Het format is hard. Vol contact, directe uitschakeling en drie partijen op één avond voor wie de finale wil halen. Slechts één naam blijft overeind. De rest valt af. Vechters uit onder meer Japan, Azerbeidzjan, Kazachstan, Portugal, Spanje en Bulgarije stappen de ring in. Nederland ontbreekt officieel, maar Nederlandse fans kennen Chris ‘Bad News’ Baya van Mike’s Gym uit Oostzaan. Hij vecht onder de vlag van Congo, het land van zijn moeder.
Ernesto Hoost volgt SENSHI al jaren van dichtbij. Hij is aanwezig bij trainingskampen en evenementen en ziet hoe talent zich ontwikkelt. “Ik kom al jaren bij SENSHI in hun trainingskampen en events. Het is echt een kwekvijver van kickbokstalent,” zegt Hoost.
De oud-kampioen benadrukt wat hem aanspreekt. “Het voelt nog als het pure kickboksen zonder poespas, knokken en gaan.” Voor Hoost roept het toernooi herinneringen op aan zijn eigen tijd in de K-1. Daar draaide alles om winnen, zonder omwegen.
Over het aankomende Grand Prix-toernooi is hij duidelijk. “Dit doet me denken aan mijn eigen K-1 tijd. En een ding is zeker: bij SENSHI is het altijd oorlog in de ring.” Met die woorden zet Hoost de toon voor een avond waarin alleen het gevecht telt en waar één vechter geschiedenis kan schrijven.
Lees het artikel op de mobiele website