Zijn rechterhand was al een wapen, maar TRT maakte het alleen maar erger. Dan Henderson vocht langer, harder en tegen iedereen – en werd een levende MMA-legende.
Dan Henderson groeide op tussen de paarden en gewichten in Apple Valley. Zijn vader – een bodybuilder en zijn eerste coach – legde de basis. Op zijn vijfde stond hij al op de mat. Twintig jaar later vocht hij in de UFC en op de Olympische Spelen. Hendersons kracht kwam niet uit een potje, maar uit een leven lang worstelen, trainen en overleven.
PRIDE, Strikeforce, UFC. Henderson deed het allemaal – en won. Hij vocht op MMA toernooien in Japan, vocht tweemaal op één avond, en sloeg Fedor knock-out als underdog. Waar anderen zich specialiseerden, vocht Hendo gewoon in drie gewichtsklassen tegelijk. “Ik dacht altijd: ik kan hem wel hebben,” zei hij ooit.
Op zijn 37e kreeg Henderson groen licht voor TRT – testosteronvervangende therapie. Wettelijk toegestaan, medisch verantwoord, maar sportief controversieel. “Ik gebruikte net genoeg om me normaal te voelen,” vertelde hij later. Toen het verboden werd, stopte hij zonder morren. De knock-outs bleven komen.
Iedereen wist dat hij kwam – maar niemand kon hem ontwijken. Zijn overhandse rechterhand, de 'H-bomb', sloopte carrières. Bisping, Fedor, Wanderlei Silva: één klap en het licht ging uit.
“Ik weet niet waar het vandaan komt,” zei hij, “misschien van vroeger, ik kon gewoon altijd al hard gooien.”
Op 46-jarige leeftijd vocht hij nog één keer voor de UFC-titel, in Engeland tegen Bisping. Hij sloeg hem neer – tweemaal – maar verloor op punten. “Ik had geen spijt.
Het was een mooie afsluiter,” zei hij na afloop. Geen revanche, geen drama. Gewoon Henderson.
Lees het artikel op de mobiele website