Het rommelt bij Glory. In korte tijd verlieten meerdere bekende vechters de organisatie, onder wie zwaargewicht icoon Rico Verhoeven en lichtgewicht kampioen Tyjani Beztati. Toch is er volgens directeur Marshall Zelaznik geen reden tot paniek.
De exodus begon met Donegi Abena en Beztati, gevolgd door het onverwachte vertrek van Mohamed Touchassie. Toen ook Verhoeven na tien jaar zijn wereldtitel neerlegde, leek er een crisis te ontstaan. Glory verloor binnen enkele maanden meerdere kampioenen en gezichten van de organisatie.
Toch blijft Glory directeur Marshall Zelaznik kalm. Volgens hem hoort het erbij. “Natuurlijk hebben deze vechters veel fans,” zegt hij tegen Sportnieuws. “Maar het opent ook deuren. Er komt ruimte voor nieuwe namen.”
Rico Verhoeven
Zelaznik ziet zelfs voordelen in het vertrek van Verhoeven. De zwaargewichtdivisie zou met zijn vertrek dynamischer worden. “Rico verdedigde zijn titel vaak maar twee keer per jaar. Nu kunnen we vaker gevechten organiseren, en dat maakt alles aantrekkelijker voor het publiek.”
Volgens hem draait het nu om het bouwen van nieuwe sterren. Daar ligt de focus. Glory wil vechters die passen binnen hun visie en financiële model. Wie meer vraagt dan Glory bereid is te betalen, valt simpelweg af.
Zelaznik is helder over die lijn. Als een vechter het dubbele vraagt van wat Glory wil betalen, dan stopt het daar. “Dan ben je voor ons geen twee euro waard,” is zijn boodschap. Gaat iemand elders wel dat bedrag verdienen? Prima, dan wenst Glory diegene succes. Het is zakelijk, niet emotioneel.
Tyjani Beztati stapte over naar LFL de snelst groeiende Nederlandse MMA organisatie
Ook financieel is er geen reden tot zorgen, stelt de Amerikaan. Grote evenementen zijn risicovoller. Die trekken veel publiek, maar brengen ook hoge kosten met zich mee. Kleinere shows zijn overzichtelijker, beter te managen en zorgen voor meer stabiliteit.
Volgens Zelaznik blijft de populariteit van kickboksen overeind, met of zonder supersterren. “Het is aan ons om te zorgen dat de fans blijven komen. En dat begint met het opbouwen van de volgende generatie vechters.”
Lees het artikel op de mobiele website