Hij is veertien, wint met een elleboog KO in Thailand, en knippert niet bij stoten naar zijn hoofd. Terwijl in Nederland de jeugd vooral mag trappen naar de benen, vecht Sacha Bazille al met het hele arsenaal. Zijn niveau legt pijnlijk bloot waar het in ons land misgaat.
Sacha Bazille is geen hype. Hij is het bewijs dat je op jonge leeftijd wel degelijk hard kunt trainen én presteren — als je maar de kans krijgt. In Thailand knokte hij zich onlangs naar een knappe overwinning in het beroemde Petchbuncha-stadion, via een elleboog KO. Geen beschermende regels. Geen beperkingen. Gewoon voluit vechten.
In Nederland ligt dat anders. Sinds 2020 is het verboden om bij jeugdwedstrijden technieken naar het hoofd toe te gebruiken in kickboksen, MMA en Muay Thai. Het doel is bescherming, maar steeds vaker klinkt de kritiek dat het ten koste gaat van ontwikkeling.
Een ervaren coach in Nederland zegt het ronduit: “Als mijn jeugdvechters in het buitenland vechten, schrikken ze zich rot van trappen en stoten naar het hoofd. Dat leer je hier niet.” Het probleem zit dieper dan een enkele schrikreactie. Door de regels bouwen jonge sporters geen ervaring op met situaties die internationaal wél standaard zijn.
En dat gat wordt elk jaar groter.
De discussie over veiligheid versus ontwikkeling is niet nieuw, maar wordt actueler nu sporten als MMA, kickboksen en Muay Thai wereldwijd doorgroeien. In landen als Thailand of Frankrijk worden jongeren wél vroeg blootgesteld aan volle contactregels. Het zorgt voor weerbaarheid, techniek en mentale kracht. In Nederland lijkt het jeugdvechten steeds verder te verwateren.
Toch is er ook begrip voor het verbod. Vechtsportlegende Ernesto Hoost zei eerder: “Ik begon pas op mijn 18e met wedstrijden en werd toch meervoudig wereldkampioen. Wie weet was dat niet gelukt als ik eerder al klappen op mijn hoofd had gekregen.”
Het punt is helder: bescherming is belangrijk. Maar als jonge vechters geen realistische situaties meemaken, blijven ze achter.
De jonge Fransman laat zien wat mogelijk is als jeugd serieus wordt genomen — niet alleen als sporters, maar ook als atleten-in-ontwikkeling. Bazille is technisch, snel en niet bang. Hij is voorbereid. En dat is precies wat jeugdvechters hier missen.
Als Nederland haar plek wil houden op het hoogste niveau, zal het iets moeten veranderen. Want veertienjarige jongens zoals Sacha Bazille gaan hard. En ze kijken niet achterom.
Lees het artikel op de mobiele website