Het Glory-toernooi format laat meer zien dan wie er wint. Het laat zien hoe kickboksen is veranderd. Niet in regels, maar in keuzes in de ring. Maar hoe zou dit in de tijd van Remy Bonjasky en Peter Aerts zijn gegaan in de legendarische K-1 tijd.
Bij legendes als Remy Bonjasky en Peter Aerts ging het tempo omhoog zodra de bel klonk. Vechters zochten elkaar op. Combinaties volgden elkaar snel op. Hoge trappen, knieën, druk vooruit. Het gevecht werd beslist in de uitwisseling zelf.
Naar voren stappen was de norm. Domineren met volume. De ander dwingen om te reageren.
In de ring bij Glory Kickboxing zie je vechters die eerst afbreken voordat ze aanvallen. Ze spelen met afstand. Ze vertragen het ritme. Ze vallen de benen aan. Niet om direct te scoren, maar om het fundament onder de tegenstander weg te halen.
De calf kick is daar het duidelijkste voorbeeld van. Eén trap doet weinig. Vijf goede trappen veranderen een gevecht. Hier verlies je je benen.
Hun kracht lag in ritme en druk. Maar als je benen het tempo niet meer kunnen dragen, valt dat plan uit elkaar. Naar voren lopen wordt lastig. Combinaties verliezen kracht. Sprongknieën komen te laat.
De moderne vechter dwingt je om te reageren voordat je zelf kunt beginnen. Dat verschil zie je nu terug in het toernooi.
Bonjasky en Aerts zouden dit niet laten gebeuren. Minder wachten. Sneller naar binnen stappen voordat de benen doelwit worden. Het gevecht vroeg beslissen.
Niet met meer techniek, maar met duidelijkere keuzes. De tegenstander geen tijd geven om het gevecht langzaam af te breken.
Dit Glory-toernooi voelt daardoor als een botsing tussen tijdperken. Niet met oude namen in de ring, maar met oude ideeën tegenover nieuwe keuzes.
De nieuwe generatie vecht met geduld. Met controle. Met slimme aanvallen die je pas merkt als het te laat is. En precies daar komt die ene zin steeds terug bij analisten: hier verlies je je benen.
Lees het artikel op de mobiele website