Karate was ooit geen sport. Het was rauwe zelfverdediging. Op Okinawa trainden burgers om gewapende aanvallers te stoppen, botten te breken en gevechten binnen seconden te beëindigen. Vandaag zien we puntentellingen en lichte aanrakingen. Wat is er gebeurd?
Het oorspronkelijke Okinawaanse karate, toen nog “To-de” genoemd, ontstond als burgerlijke zelfverdediging. Okinawa was een handelscentrum waar Chinese vechtkunsten samensmolten met lokale methodes. Wapens waren verboden onder de Satsuma-clan, dus handen, ellebogen en kennis van anatomie werden het wapen.
Die vroege stijl draaide om korte afstand. Gewrichtsklemmen, worpen op harde ondergrond en aanvallen op kwetsbare punten zoals keel en ogen waren normaal. Kata, de bekende vormen, waren geen show. Ze waren een naslagwerk vol verborgen technieken.
Begin twintigste eeuw veranderde alles. Meesters als Gichin Funakoshi brachten karate naar Japan. Daar wilde men geen harde straatverdediging, maar een discipline voor scholen. Veiligheid werd prioriteit. Gevaarlijke technieken verdwenen. Klemmen en vitale treffers werden geschrapt. Sparren kreeg regels, afstand en controle. Het doel was karaktervorming, geen gevechtseffectiviteit.
In de jaren vijftig en zestig namen Amerikaanse militairen karate mee naar het Westen. Zij kregen vooral de veilige, gestructureerde versie. Toernooien groeiden. Puntensparren werd de norm. Atleten werden sneller en preciezer, maar trainden binnen vaste regels.
Dat verschil is cruciaal. Sport kent een begin en een einde. Er zijn scheidsrechters en verboden technieken. Echt geweld volgt geen schema. Het gebeurt dichtbij, met duwen, grijpen en chaos.
Andere systemen behielden dat element van weerstand. In judo en MMA trainen vechters onder druk tegen tegenstanders die terugvechten. Technieken die niet werken, verdwijnen vanzelf. Traditioneel karate kende dat principe ook. Figuren als Choki Motobu testten hun vaardigheden in echte confrontaties.
Karate zelf verdween niet. Het veranderde. Sommige dojo’s bewaren nog steeds de oude toepassingen en trainen met weerstand en realisme. Andere richten zich op sport, discipline en gemeenschap.
De discussie draait dus niet om de vraag of karate werkt. Het gaat om welke versie je traint, en of die past bij het doel dat je voor ogen hebt.
Lees het artikel op de mobiele website