Home / Tips & Meer / Vechtsport Blog / Europees Kampioen Remi Grooten bewijst dat Pencak Silat nog steeds leeft in Nederland

Europees Kampioen Remi Grooten bewijst dat Pencak Silat nog steeds leeft in Nederland

Lees  het indrukwekkende verhaal van Remi Grooten, Europees kampioen Pencak Silat

Wij belden hem afgelopen maand op voor een interview maar als snel bleek dat hij meer stof had dan een interview kon vullen. En besloten wij hem zijn eigen verhaal te laten doen waarvan acte: Ik ben Remi Grooten, geboren op 13 maart 1988 en doe Pencak Silat vanaf het jaar 2005. Ik train bij Pencak Silat Leeuwarden onder leiding van Dennis Scholten. De school van Dennis is aangesloten bij de NPSF, de Nederlandse Pencak Silat Federatie. De NPSF is aangesloten bij de EPSF (Europese bond) en de PERSILAT (wereldbond). Doordat de NPSF bij de EPSF en de PERSILAT is aangesloten, zijn wij de enige erkende bond in Nederland. Hierdoor mogen wij deelnemen aan zowel nationale als internationale kampioenschappen waaronder NK’s, EK’s en WK’s.

Op 30 januari jl. ben ik door de redactie van vechtsportinfo gebeld naar aanleiding van een huldiging in verband met het door mij winnen van het Europees kampioenschap in 2017 in Baku, Azerbeidzjan. Men vertelde me dat er vorig jaar een artikel was geschreven over Pencak Silat. Men vroeg zich af of er nog wel mensen actief waren in de sport en zo ja in welke vorm. Doordat Pencak Silat nogal onderbelicht word in Nederland ben ik erg blij te vertellen wat ik als Nederlands teamlid zoal doe voor de sport (en met mij meerdere mensen).

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

Wedstrijdgerichte Pencak Silat kent een cultuur gedeelte en een vechtgedeelte

Het cultuurgedeelte bestaat uit schijngevechten door middel van gestandaardiseerde lopen, genaamd Langkah’s en Jurus. Volgens mij is dit te vergelijken met Kata’s zoals ze in Karate heten. Langkah’s en Jurus kunnen, afhankelijk van welke er wordt gelopen, met of zonder wapens worden uitgevoerd. Bij wapens kun je onder andere denken aan een toya (stok) of diverse soorten messen. Ik moet hierbij eerlijk bekennen geen enkele van deze lopen te kennen, omdat mijn focus voor de volle 100% ligt op het vechtgedeelte.

Het wedstrijdgerichte vechtgedeelte is een één op één gevecht, uitgevoerd door twee mensen van hetzelfde geslacht en vallend in dezelfde gewichtscategorie (categorieën gaan per vijf kilo omhoog). De leeftijd waarin mensen bij de senioren actief kunnen zijn is 17 tot en met 35 jaar. Daarna of daarvoor kan men niet deelnemen aan een EK of WK, tenzij het kampioenschap vooral gericht is op jonger dan 17 of ouder dan 35 jaar. In 2012 is de deel te nemen leeftijd verlaagd van 40 naar 35 jaar, de reden is mij onbekend. Het één op één gevecht wordt gespeeld op een mat van tien bij tien meter, met in het midden een ringvorm. Afhankelijk van het soort toernooi, zitten er drie of vijf puntentellers aan de zijkant en één scheidsrechter leidt het gevecht. Verder is er nog een wedstrijdtafel, waar het hoofd van de wedstrijden nog een oogje in het zeil houdt. Mocht dit hoofd het niet eens zijn met de scheidsrechter die het spel leidt of hij ziet iets wat in zijn ogen niet terecht is, dan wordt de scheidsrechter naar de wedstrijdtafel geroepen en wordt er aangegeven wat het probleem is.

Knock Out komt in Pencak Silat niet veel voor. Aanvallen op het hoofd zijn namelijk verboden.

Punten worden behaald met een stoot (1 punt)of een trap (2 punten) op het rompgedeelte, of een veeg (3 punten). Natrappen als iemand op de grond ligt levert tevens twee punten op. Dit betekent niet dat de rest van het lichaam niet geraakt mag worden. Een lowkick mag bijvoorbeeld wel, maar levert geen punten op. Deelnemers aan een toernooi dragen tijdens de wedstrijd een bodyprotector. Andere soorten bescherming, zoals scheenbeschermers of elleboogbeschermers, mogen gedragen worden indien de speler dit wil. Gelukkig heb ik leden van het Nederlands team dit nog niet zien doen. Het dragen van een bodyprotector is naar mijn mening al meer dan genoeg bescherming.

In 2007 ben ik gewisseld van club. De club waar ik zat vertelde mij klaar te zijn voor een wedstrijd.

Deze wedstrijd verloor ik direct op een schandalig slechte manier. Het was een beschamende wedstrijd en gelukkig heb ik de beelden nooit meer terug hoeven zien. De wedstrijdvoorbereiding bij deze club was beroerd. Drie weken voor de wedstrijd begonnen we met wedstrijdgericht trainen, veel te laat natuurlijk. Mijn reactie daarop was, dat ik na mijn eerste verloren wedstrijd, naar een andere club ben gegaan. Deze club stond destijds bekend om zijn kwalitatief goede vechters en had veel prijzen binnengehaald op diverse wereldkampioenschappen, waaronder twee gouden plakken.
Het eerste jaar dat ik actief was bij deze club, heb ik alle wedstrijden verloren. Dit zorgde voor mijzelf voor enige frustratie, want een vriend van mij met wie ik op hetzelfde tijdstip bij die club ben begonnen, won letterlijk alles. Ondanks dat het zorgde voor frustratie, besloot ik harder en harder te trainen. De frequentie en intensiteit van de trainingen stegen, met als gevolg dat ik in 2010 voor het eerst Nederlands kampioen ben geworden en deel mocht nemen aan het wereldkampioenschap in Jakarta, Indonesië.

Deelname aan dit wereldkampioenschap was één van mijn doelen.

Eenmaal aangekomen op dit WK wist ik niet wat mij overkwam. De zenuwen werden mij te veel. Een zaal met duizenden mensen en ik had een beroerde loting. Ik moest direct tegen een jongen met veel aanzien in de sport en verloor deze wedstrijd dan ook behoorlijk. Ik merkte een gebrek te hebben aan ervaring. Fysiek was ik, denk ik, wel sterk maar mentaal absoluut niet. In 2011 en 2012 had ik slechte jaren. Veel blessures en ik verloor alles van een teamgenootje. Dit heeft als resultaat gehad dat ik niet heb mogen meedoen aan het WK dat in 2012 werd gehouden. Doordat ik niet mee mocht doen, was ik automatisch ook geen lid meer van het Nederlands team.

Dit veranderde allemaal in 2013. Ik werkte op een kantoor en stond voor een nieuw contract.

Ik moest kiezen: vakantiedagen laten uitbetalen of vrij nemen. Ik besloot drie weken vrij te nemen en ben in deze drie weken helemaal alleen naar Vietnam geweest. Ik heb besloten mezelf mentaal op de proef te stellen door van die drie weken zo’n twee en half week in het Vietnamees team te gaan trainen, met als afsluiting een wedstrijd. Zo gezegd zo gedaan. Ik vertrok naar Vietnam en werd welkom geheten in het team. Het was een bijzondere ervaring, vooral gezien het feit dat ik alleen was. Ik voelde me thuis en voelde me welkom. Ik zag andere manieren van trainen dan ik gewend was op de thuisclub. Men deed hier aan krachttraining en de trainingen waren individueel. Met dit laatste bedoel ik te zeggen: iedereen trainde op datgeen waar hij of zij goed in was. Dingen die hij of zij niet konden, werden niet meer getraind.

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

Dit met als reden dat deze vechters dusdanig ervaren waren, dat de trainers in de veronderstelling leefden dat de minder goede dingen niet meer aangeleerd zouden kunnen worden. De dag van de wedstrijd was aangebroken. Ik had weer een loting die niet in mijn voordeel was. Ik moest tegen één van de meest ervaren vechters van het Vietnamees team. Doordat ik alleen was, zei de teammanager dat ik niet hoefde te vechten als ik te zenuwachtig was. Ik kwam daar natuurlijk niet voor de lol, dus vechten zou ik. Wederom was ik weer vreselijk zenuwachtig en verloor de wedstrijd. De dag na de wedstrijd en tevens mijn één na laatste dag in Vietnam, ben ik door de grote baas van Pencak Silat Vietnam opgehaald uit mijn hotelkamer om samen ergens te eten. Hij sprak een redelijk woordje Engels en vertelde mij dat hij onder de indruk was van de kracht waarmee ik trapte en stootte. Hij zei: ‘’je hebt echter één groot probleem, je mentale gesteldheid’’. Hij adviseerde mij hulp te zoeken en voorzag dan een mooie toekomst in de sport.

Eenmaal thuisgekomen bleef ik maar nadenken over wat deze man zei.

Daarnaast had mijn trainer van destijds een kortingsbon gekregen van een sportpsycholoog. De eerste behandeling voor de helft van de prijs. Ik kon me amper voorstellen dat een sportpsycholoog of iets dergelijks mij zou kunnen helpen, want ik leefde in de veronderstelling dat ik bij een zweverige zielenknijper terecht zou komen. Dit was allesbehalve waar. Ik nam de kortingsbon aan bracht een bezoek aan deze psycholoog. Dit was het begin van een traject dat ongeveer een maand of 7/8 heeft gekost. Ook het financiële plaatje was niet gering, namelijk zo’n 800 Euro in totaal die ik uit eigen zak heb betaald, zonder enige vorm van vergoeding.

Voor aanvang van elke wedstrijd deed ik nu mentale oefeningen. Ik werkte aan mijn ademhaling, ik visualiseerde en analyseerde.

Ik had altijd een camera op zak tijdens wedstrijden. Aan de hand van deze beelden analyseerde ik mijn (potentiële) tegenstanders. Ik wist met welk been ze voor stonden, of ze linksom of rechtsom draaiden tijdens een gevecht, met welk been ze (hoogstwaarschijnlijk) zouden trappen enzovoort enzovoort. Doordat ik bij elk toernooi deze voorbereiding deed, won ik in de rest van 2013 en 2014 zo goed als alles. 2014 kende nog wel een dip. Op 6 april van dit jaar kwam mijn schouder uit de kom tijdens een toernooi en brak mijn beste vriend, Roy Schut, zijn been tijdens ditzelfde toernooi. Ondanks dat ik afschuwelijk veel pijn heb geleden tijdens deze wedstrijd, bleef ik wel doorvechten. Deze wedstrijd gold namelijk als WK kwalificatie.

Doordat ik mijlenver voor stond wist ik de wedstrijd al puntjes tikkend uit te vechten en te winnen. De schouder is ongeveer anderhalf uur uit de kom geweest, wat resulteerde in ongeveer drie maanden fysiotherapie en drie gemiste toernooien. Ik wist dat er eind 2014 of begin 2015 een WK aan zat te komen. Uiteindelijk is dit begin 2015 geworden. De voorbereiding van dit WK was uitzonderlijk goed. Ik was net een eigen personal training studio begonnen (Vitality Personal Training Emmen) en kreeg daardoor de kans de vrije uren op te vullen met mentale en technische training. Het zware fysieke werk deed ik hoofdzakelijk samen met Roy. Roy en ik begonnen vroeg (augustus 2014) met trainen, maar trainden verstandig. We werkten niet naar overtraining toe, maar zochten de grens wel op.

We deden een combinatie van hoofdzakelijk krachttraining, duurtraining en intervaltraining en letten op onze voeding.

Helaas brak Roy zijn been weer in november en kon hij niet meedoen aan het WK. Dit was voor mij een dip, maar een andere vriend leerde mij egoïstisch te zijn in situaties als deze. Hij vertelde mij dat ik het WK alleen moet doen. Je staat alleen op de mat en moet zelf de klappen uitdelen, dus niet teveel omkijken naar al datgeen wat heeft tegengewerkt. Ik ben twee weken voor aanvang van het WK naar Azië gegaan om te acclimatiseren. Ik heb het begin van de reis alleen gedaan. Dit doe ik meestal voor een groot toernooi. Ik moet even alleen zijn om niet teveel gezeur aan mijn hoofd te hebben.

Vlak voor het WK kwamen mijn ouders, schoonouders en inmiddels vrouw aan in Phuket (daar waar het WK werd gehouden). Drie dagen voor het toernooi kreeg ik een voedselvergiftiging. Dit was niet alleen een fysieke, maar ook een mentale klap. Vlak voor mijn wedstrijd woog ik 0,3 kilo te weinig. Mijn huidig trainer Dennis Scholten was degene die mij gerust stelde vlak voor mijn gevecht. Hij legde een hand op mijn schouder en bood mij een fles water aan zodat ik letterlijk bij kon tanken om op het goede gewicht te zijn. Ondanks dat ik lichtelijk in paniek was door het tekort aan gewicht, bleef hij mij gerust stellen en vertellen dat alles goed zou komen. Dit was, denk ik, het begin van een geweldige vriendschap tussen Dennis en mij, want dat moment ben ik nooit vergeten. Uiteindelijk heb ik brons gewonnen op dat WK.

In datzelfde jaar, 2015, was ik niet te stoppen. Van de zeven toernooien, won ik er zes.

Het enige toernooi wat ik niet won was het WK welke in januari werd gespeeld. In september van dat jaar won ik tevens de Malaysia Open in Kuala Lumpur. In de finale moest ik tegen de drievoudig wereldkampioen. Dat was een van de mooiste sportmomenten die ik heb gekend. Tevens een emotioneel sportmoment. Ik was eigenlijk niet van plan naar dat toernooi te gaan, maar ben in overleg met mijn vrouw toch gegaan. Ik trainde als een beest, wederom met een combinatie van kracht-, duur- en intervaltraining. Meestal twee keer per dag, variërend van één tot twee uur per training. Ook de mentale training vergat ik niet. Het resultaat mocht er overduidelijk zijn.

2016 zou mijn laatste jaar worden als wedstrijdvechter. Ik begon andere prioriteiten te krijgen. Mijn personal training studio begon steeds beter te lopen en mijn vrouw en ik begonnen toekomstplannen te maken. Doordat je met Pencak Silat geen cent kan verdienen in Nederland, zou dit in de toekomst op een zijspoor raken. Ik wilde het jaar afsluiten met een succesvol WK. Ik ga een wedstrijd altijd in met de intentie om te winnen. Ik doe niet mee voor de ervaring, maar voor de winst. Echter wilde ik bij een WK met een voldaan gevoel de mat af stappen. Ik betwijfelde of winst realistisch zou zijn. 2016 was een rommelig jaar wat Pencak Silat betreft en dan druk ik het heel licht uit. Een tweede bond rukte op en kwam met vele bewijzen aan dat zij naar het WK zouden mogen. Deze nieuwe bond, de NPSF, leek meer toegankelijk en vriendelijker dan de oude bond. Mensen die in het bestuur van de NPSF zaten en zitten, waren er meer voor de spelers dan voor zichzelf. Mooie bijkomstigheid was dat mijn goede vriend Dennis Scholten bondscoach bij de NPSF was en is.

Ik kwalificeerde mij voor het WK

De club waar ik destijds was aangesloten heeft eerst besloten neutraal te blijven en zich uit te schrijven bij de oude bond en zich niet in te schrijven bij de nieuwe bond. Doordat de bewijzen zich opstapelden besloot ik mij aan te melden bij de NPSF. Na vele slapeloze nachten heeft mij dit uiteindelijk naar het WK gebracht. Dit met veel dank aan Herman Winterberg, één van mijn goede vrienden die mij de mogelijkheid heeft gegeven mij aan te melden bij zijn club, om mij hierbij automatisch aan te melden bij de NPSF. Na veel getouwtrek werd duidelijk dat de leden van de NPSF inderdaad naar het WK zouden mogen. Ik kwalificeerde mij voor het WK en zou, omdat dit mijn laatste actieve jaar als vechter zou zijn, nog één gekke sprong maken om te zorgen voor een knallende afsluiter: een kleine twee maanden trainen in het Thaise team, met maar één doel: wereldkampioen worden!!!

Mijn vriend Herman Winterberg heeft contact opgenomen met de hulptrainer van het Thaise team, Andy Zulkarnaen. Herman heeft aan Andy gevraagd of ik gedurende zeven weken mee mocht trainen in het Thaise team. Na enig overleg in Thailand kreeg ik groen licht. Dit betekende dat ik zeven weken lang mocht trainen en leven met het Thaise team, welke onder begeleiding stond van één van ’s werelds meest bekende pencak silat trainers: Suhartono Hartono.  Er moest veel worden geregeld. Ik zou een vervanger moeten zoeken voor mijn eigen bedrijf, de huwelijksreis van mij en mijn vrouw moest worden verplaatst tot na het wk (vier dagen na mijn bruiloft ben ik namelijk naar Thailand vertrokken), vluchten boeken, hotels boeken enzovoort enzovoort.

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

In oktober was het dan eindelijk zo ver. Mijn vrouw en ik zijn getrouwd in Shanghai en moesten afscheid nemen.

Zij terug naar Nederland, ik naar Thailand voor een kleine twee maanden. Tranen met tuiten op het vliegveld. Het afscheid was vreselijk zwaar. Net getrouwd en elkaar bijna twee maanden lang niet zien. Mijn vrouw stond echter volledig achter mijn beslissing om te trainen in Thailand, dat verlichte de pijn enigszins. Eenmaal aangekomen in Thailand heb ik eerst twee dagen doorgebracht in Bangkok. In Bangkok heb ik spullen gekocht zoals scheenbeschermers, handschoenen en verzorgingsmaterialen. En toen kwam de grote dag…op naar Yala, het zuiden van Thailand. Een Thaise vriendin van mij en m’n vrouw, wonend in Nederland, schrok toen ze hoorde dat ik naar Yala zou gaan. Ze vertelde over de politieke onenigheid in het zuiden van Thailand en vertelde over de vele aanslagen die daar gebeurden. Dit zorgde voor enige onrust, maar ik zou niet van mijn plan afwijken.

Na anderhalf uur vliegen kwam ik aan op vliegveld Narathiwat. Trainer Andy Zulkarnaen had voor vervoer geregeld, dus binnen tien minuten zat ik in de auto op weg naar de stad Yala. Onderweg bizar veel legerposten met zwaar bewapende militairen. Ongeveer om de 500 meter stond zo’n post. Eenmaal aangekomen in Yala werd ik naar een hotel gebracht. Het hotel was goedkoop (ongeveer 11 Euro per nacht), had geen luxe maar was super schoon. Ik had zin om iets te eten en vroeg aan de hotel receptioniste naar het restaurant. Zij verwees me naar het restaurant, waar ik door iedereen met hele grote ogen werd aangekeken: ze waren overduidelijk geen ‘toeristen’ gewend. Ik vroeg de kaart, opende deze en zag alleen maar Thaise woorden. Een Engelse kaart was er niet. Ik schrok hier van: hoe zou ik me nu kunnen redden met het eten? Iemand van het hotel is de straat opgegaan en heeft gezocht naar iemand die iets Engels kon spreken.

Gelukkig vond men iemand die Engels kon. Deze man kwam bij mij en vroeg of ik kip, groenten en rijst lustte.

Antwoord: ja, graag. Ik kreeg een heerlijk bord eten en was blij. Afgerekend en terug naar mijn kamer. Helaas had ik een onhandige telefoon bij me. Het blijkt zo te zijn dat je met bijvoorbeeld een iPhone een foto kunt maken van een buitenlands woord waardoor deze wordt vertaald. Met mijn Microsoft telefoon was zo’n app niet mogelijk. Er zat maar één ding op. Ik heb het menu van het restaurant gepakt, een Thais toetsenbord gedownload op mijn telefoon, lettertje voor lettertje overgetypt, het woord uiteindelijk op google gezet en kijken wat voor foto er tevoorschijn kwam. Uiteindelijk had ik een redelijk gedetailleerd menu voor mezelf gemaakt. Wonderbaarlijk genoeg klopte alles ook nog, dus ik kon nu eindelijk eten wat ik zelf wilde.

De volgende ochtend werd ik om 6.30 verwacht bij de Yala University, waar de trainingen plaatsvonden. Ik vond het spannend en werd voor de wekker wakker. Fit, gemotiveerd en vol goede moed liep ik naar Yala University. Het was een wandeling van een minuutje of tien en uiteraard werd ik onderweg heel vreemd aangekeken. Ik werd opgewacht door een jongen op een scooter. Deze nam mij mee naar zijn team. Dit was niet het Thaise team, maar het universiteiten team. Gezien Suhartono overmorgen pas in Thailand zou zijn, moest ik een paar dagen met het universiteit team meetrainen. Ik voelde me vanaf de eerste minuut meer dan welkom. Ik werd voorgesteld en het team werd aan mij voorgesteld. De mensen waren hulpvaardig en heel erg vriendelijk. Om 9:00 uur was de training klaar. ’s Middags om 16:00 was de volgende training, deze zou duren tot 19:00. Ook deze training: leuk, gezellig, leerzaam en hard werken.

Twee dagen later kreeg ik een bericht van Andre Mewis, de voorzitter van German pencak silat federation.

Coach Suhartono had mijn nummer niet, dus Suhartono had Andre verzocht mij te informeren de volgende dag om 6:30 klaar te staan op het sportveld bij de universiteit.  Ik kwam aan en daar stond hij, de coach die meerdere landen groot heeft gemaakt in het gevecht gedeelte van onze sport. Het was een gemakkelijke ontmoeting. Niet te formeel, handje schudden en trainen. Ik heb een week lang één op één training van Suhartono gehad. Tijdens deze trainingen heeft hij mij, denk ik, getest. Ik moest elke training overgeven van vermoeidheid. Nog nooit van mijn leven heb ik zo’n fysieke strijd moeten leveren. Suhartono vond het nodig om mij drie keer per dag te trainen in plaats van twee keer per dag. Dus: weinig rust tussen de trainingen door. Dit heeft invloed gehad op mijn mentale gesteldheid. Op mijn hotelkamer zat ik te huilen, zocht ik op vluchten naar huis en sliep veel. Ik was helemaal alleen, niemand waar ik echt mee kon praten, behalve via whatsapp en facetime.

Na een week bij Suhartono te hebben gebuffeld kwam het voor mij verlossende woord: vanaf morgen train je mee met het Thaise team en worden de trainingen teruggeschroefd naar twee trainingen per dag. De volgende dag ontmoette ik de mensen waar ik de komende weken mee zou leven: het echte Thaise team welke Thailand zou vertegenwoordigen op het WK. Ook hier weer een voorstelronde. Toen kreeg ik van Andy Zulkarnaen, welke wel Engels spreekt, te horen: ‘Je bent nu niet meer Remi uit Nederland, maar je bent Remi van het Thaise team: Welkom!!!’. Dat voelde heel erg goed. Ook in het Thaise team waren de mensen weer zeer vriendelijk en behulpzaam. Niemand liet mij stikken. Ondanks dat er natuurlijk een gigantische taal barrière was, werd ik overal in meegenomen.

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

Na de training bood het Thaise team aan mij mee te nemen naar hun vaste eetplaats.

Met enige tegenzin ging ik mee. Ik heb blijkbaar een erg zwakke maag, want elke keer als ik naar Azië ga loop ik een voedselvergiftiging op. Ik zag het restaurant: de kakkerlakken lagen platgetrapt op de grond en het zag er niet al te schoon uit. De eigenaren verwelkomden mij en zetten mij een bord eten voor. Ik heb zelden van mijn leven zo lekker gegeten en ben geen enkele keer ziek geworden in dit restaurant. Ik wilde de eigenaren betalen. Dit mocht niet van deze mensen. Ik heb gevraagd waarom niet en kreeg te horen: ‘je bent helemaal alleen, je hebt hier niks of niemand uit je eigen omgeving. We zien je als een vriend en als familie en vrienden en familie betalen niet.’

Na een paar weken begon ik te merken dat de trainingen z’n tol begonnen te eisen op mijn lichaam. Ik werd moe, niet meer voor de wekker wakker en tussen de trainingen door deed ik maar drie dingen: eten, slapen en de was doen!  Motivatie voor andere dingen had ik niet meer. We trainden toen ongeveer zes tot zeven uur per dag, verdeeld over twee trainingen (’s morgens vroeg een training en laat in de middag een training). Op mijn toppunt van vermoeidheid kreeg ik telefoon van het thuisfront: mijn vader was met spoed opgenomen in het ziekenhuis met een onbekende reden. Dit zorgde voor paniek bij mij. Ik heb uitleg gegeven aan Suhartono en hij had hier begrip voor, echter er moest wel worden getraind en dat deed ik dus ook. Ik stond op het punt een vlucht te boeken terug naar huis. De onderlinge band in ons gezin is namelijk erg sterk. Toen kreeg ik te horen dat mijn vader een longontsteking had en dat hij aan de beterende hand was. Ik heb besloten te blijven.

Doordat ik geen visum had geregeld, moest ik na dertig dagen Thailand verlaten.

Na één dag Thailand te hebben verlaten mag je weer terugkomen. Ik heb besloten mezelf te trakteren op een weekendje Kuala Lumpur, dat was een uurtje vliegen. In Kuala Lumpur voelde het leven weer als een groot feest. Ik had een appartement gehuurd voor ongeveer 50 Euro per nacht met een eigen keuken. Ik kookte Nederlandse pot: aardappelen, groenten en een lekker stuk vlees. Even geen rijst. En ’s avonds trakteerde ik mezelf op sushi (ok…wel een beetje rijst) en een lekker stuk chocola. Na drie dagen in Kuala Lumpur te zijn geweest, daar veel te hebben geslapen en veel te hebben gezien, ben ik weer teruggekeerd naar Yala. Ik was inmiddels dusdanig opgenomen in het Thaise team, dat ik op de campus verbleef met de teamleden. Dit was echter iets teveel voor mij: veel lawaai, geen airco dus bloedheet en heel erg vies: slapeloze nachten. Na een aantal nachten ben ik teruggekeerd naar het hotel. Alle teamleden hadden hier heel veel begrip voor.

De laatste drie weken van de training ging in. Ik liep naar de universiteit en zag een politie auto rijden. De auto keerde om en kwam naar mij gereden. De agent, een zeer vriendelijke man, zei: ‘’Hé, waar ga je naartoe? ‘’, ik: ‘’Naar de universiteit voor pencak silat’’. De man vroeg mij bij hem in de auto te komen zodat hij me naar de universiteit kon brengen. Ik heb dit gedaan en in de korte rit hebben we een leuk gesprek gehad. Hij eindigde met: ‘’Hé vriend, als ik je nog een keer zie neem ik je weer mee’’. Op de universiteit aangekomen vroeg één van de trainers aan mij: ‘’Werd je nu afgezet door de politie?’’, ik antwoorde bevestigend. De trainer legde uit dat er de vorige dag een aanslag heeft plaatsgevonden. Vanaf nu mocht ik me niet meer alleen op straat begeven en werd ik dagelijks gebracht en gehaald door iemand van het Thaise team. Het geweld kwam dichtbij. Voor het hotel waar ik verbleef heeft een schietpartij plaatsgevonden. Dit op ongeveer 20-25 meter afstand van waar ik was. Hoe het is afgelopen weet ik niet. Ik was te moe om me er druk om te maken, bizar eigenlijk.

De intensiteit van de training ging alleen maar omhoog, omhoog en omhoog.

Ik merkte dat mensen ongemotiveerd raakten en ziek werden. Enkele teamleden van Thailand zag je met hoge koorts in de zaal liggen. Ziek of niet, je werd geacht aanwezig te zijn. Ik was wat verbaast over het feit dat de intensiteit zo hoog werd. Ikzelf ben beroepsmatig trainer en wist vanuit mijn eigen kennis dat je trainingen moest afbouwen. Ik was met geen stok meer wakker te krijgen. Voelde me dagelijks belabberd, had veel last van een oude blessure en mijn motivatie was weg. Verder voelde ik me depressief, en wilde maar één ding: slapen!

Aan het einde van de trainingsperiode zag mijn dag er als volgt uit: ongeveer zeven uur per dag trainen, dertien uur per dag slapen, één uur per dag besteden aan handwasjes en de rest eten en overige dingen. Ik herkende de symptomen: overtraining!!! Ik twijfelde om vluchten om te boeken en om een tijd rust te nemen, maar wilde niet bekend staan als mietje of iets dergelijks. Ik was er als enige buitenlander (en dus als enige Nederlander), en was bang dat wij Nederlanders een stempel zouden krijgen als ik de handdoek in de ring zou gooien.

In de laatste twee weken mocht ik van trainer Andy ’s morgens niet meer meetrainen met het Thaise team. Ik moest van hem onder begeleiding van de therapeut trainen in verband met een oude liesblessure. Dit was fijn, gezien het feit we elke ochtend begonnen met tien kilometer hardlopen door de stad Yala en daarna sprint training en/of krachttraining kregen. ’s Avonds trainde ik nog wel met het Thaise team mee. De trainingen waren slopend.

In de allerlaatste week in Yala kwam er een gedeelte van het Duitse en Engelse team.

Dit was fijn, ik kon eindelijk een goed gesprek voeren zonder taal barrière met mensen die ik kende.  De Duitsers en de Engelsen kregen toen training van Suhartono. Wij (team Thailand en ik) kregen training van de hulptrainers in een andere zaal. Op een avond ging het mis. Totaal uitgeput terug naar het hotel achter op een scooter bij een Thais teamlid. In het hotel begon ik te trillen, begon het koud te krijgen en zweette: koorts. Hoge koorts! De volgende dag heb ik vrij genomen, zo ziek als een hond. Een dag later begon ik al weer met trainen. Totaal onverantwoord natuurlijk.

De laatste dag was aangebroken. Een gevoel van opluchting: ik had de trainingsperiode in Yala volgehouden. Ik was best trots, maar voelde me wel gebroken. In totaal ging ik drie maanden naar Azië. Volle koffer, dus geen souvenirs meegenomen. Als dank heb ik de trainers uitgenodigd voor een etentje in het pas geopende sushi restaurant in Yala. Een tent die er heel gelikt uit zag, echt netjes. Lekker met z’n allen eten, op naar het hotel en de koffer pakken om de volgende ochtend om 8:30 vervoer naar het vliegveld te pakken. In het hotel belde ik mijn vrouw. Tijdens ons telefoongesprek merkte ik dat het eten me heel hoog zat, alsof het in mijn keel zat. Ik zei tegen mijn vrouw: “ik ben bang dat ik weer ziek word”. Eenmaal de telefoon neergelegd heb ik het geweten. Alweer een voedselvergiftiging. De hele nacht overgeven en buikloop en niet zo’n beetje ook. De volgende ochtend totaal verzwakt vervoer naar het vliegveld gepakt. Gelukkig had ik genoeg plastic zakjes meegenomen in de auto. Eenmaal aangekomen op het vliegveld zei de medewerkster tegen mij: ‘’Goodmorning Mister Grooten’’. Ik was met stomheid geslagen. Ik vroeg: ‘hoe weet u mijn naam?’, waarop zei lachend antwoorde: ‘u bent de eerste buitenlander die we hier in vier weken zien’. Dat was, ondanks ziekte, een leuk en grappig moment.

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

Binnen anderhalf uur was ik aangekomen in Bangkok.

Mijn ouders hadden een behoorlijk luxe hotel voor mij geboekt, omdat ze het knap vonden dat ik het zo lang had volgehouden zonder mijn vrouw en dat ik zo hard had getraind. ‘’Een comfortabele nacht verdien je wel’’, was hun motivatie. Ik ben aangekomen in het hotel en moest eigenlijk de volgende nacht naar het vliegveld om naar Bali te vertrekken (het WK werd op Bali gehouden). Doordat ik zo vreselijk zwak was heb ik de wekker uitgezet, mijn vlucht laten gaan en ben blijven liggen. Ik heb een nacht extra geboekt en een nieuwe vlucht: de volgende dag, iets aangesterkt, ben ik naar Bali vertrokken.

Eenmaal op Bali aangekomen kwam ik Olivier (voorzitter NPSF) tegen in het hotel waar we hadden afgesproken. Eindelijk een gesprek in het Nederlands. We hebben samen gegeten, mijn reis besproken en daarna de rest van het Nederlands team opgehaald van het vliegveld. Ik voelde me zo blij als een klein kind om al deze mensen te zien. We hebben ongeveer een week samen in het hotel doorgebracht voor het WK zou beginnen. In deze week wilde ik alleen maar slapen, eten en video beelden bekijken van potentiële tegenstanders.

Het WK begon. Mijn vrouw haar vlucht had 24 uur vertraging door problemen op het vliegveld in Dubai.

Ik moest nog langer wachten om haar weer te zien. Het was fijn om de Thaise teamleden weer te zien. Iedereen in het Nederlands team zei: ‘’we kunnen zien dat je daar gewaardeerd bent’’. De vriendschap en warmte straalde er van af. Het was een bijzonder WK. Langere dagen dan andere WK’s, kortere nachten dan andere WK’s. De reden? Dit WK duurde twee dagen korter. Op dag drie van het WK was ik aan de beurt. Mijn vrouw en ik waren inmiddels herenigd en zij stond klaar met de camera. Ik was bezig met de warming up en merkte al wat vermoeidheid. Ik was niet zenuwachtig. Waarom zenuwachtig zijn met deze voorbereiding? Na de eerste ronde was ik kapot.

Dat is niets voor mij, gezien ik normaal niet kapot te krijgen ben. Ik schudde al  ‘nee’ naar mijn vrouw. Ik wist dat het over en uit was. De tweede en derde ronde heb ik moeten uitspelen op karakter. Mijn lichaam was op. Ik was kapot, overtraind. Na de wedstrijd ben ik naar buiten gegaan om te huilen. Alle emoties er uit. Mijn goede vriend Herman Winterberg was er ook helemaal kapot van. Dit zou mijn jaar moeten worden, daarentegen werd het een beroerde wedstrijd. Bij goed resultaat was ik van plan om te stoppen met wedstrijden, maar een slechtere afsluiter als dit was bijna niet mogelijk. Mijn vrouw zei: ‘’je bent nog niet klaar…je moet nog een paar jaar doorgaan. Dit is niet de afsluiting die je wilde’’.

Ik heb de wedstrijd overigens nooit teruggekeken.

Misschien dat ik dat ooit nog doe als ik me er klaar voor voel. De resultaten van Thailand waren helaas ook bedroevend slecht. Zo goed als iedereen kampte met overtrainingsverschijnselen. Dit was totaal anders dan het WK van 2015, toen Thailand een ijzersterke en keiharde indruk maakte. Het WK was een emotionele rollercoaster. De teamleden, bondscoach en bestuur waren super. We waren er voor elkaar. Wat dat betreft het beste WK wat ik heb mogen meemaken. Onvergetelijk.

Na het WK zouden mijn vrouw en ik dan eindelijk een week samen doorbrengen op Bali. Onze huwelijksreis. Hard voor gespaard, hard voor gewerkt. De eerste paar dagen waren geweldig. Op dag drie kreeg ik bij beweging echter wat pijn op de borst, maar niet zorgelijk. Op dag vier werd het erger en op dag vijf kon ik niet slapen van de pijn. Mijn vrouw werd wakker en vroeg wat er aan de hand was. Ik heb uitleg gegeven en ze raakte in paniek. Ik zei: ‘’Maak je niet zo druk…overmorgen gaan we naar huis en dan ga ik direct naar de dokter’’. Voordat ik het wist zat ik in de taxi richting het ziekenhuis. Gezien het midden in de nacht was, zou dit sneller zijn dan een ambulance. Het hotel heeft het ziekenhuis ingelicht. Eenmaal aangekomen werd ik in een rolstoel gezet en naar een bed gereden. Ik mocht me niet tot weinig bewegen. Allemaal plakkers op mijn borst, een groep artsen om mij heen met vragen. Er werden veel onderzoeken gedaan.

De arts gaf aan dat er symptomen waren van een hartaanval, maar er misten ook enkele symptomen die het weer wat moeilijker te verklaren maakten.

De arts vroeg: ‘’Hebt u iets gedaan wat u normaal niet doet?’’. Ik heb uitleg gegeven over de trainingsperiode en Yala. Voor de arts was dit één plus één is twee. Ik ben van extreme inspanning en stress (trainingsperiode + WK) naar extreme ontspanning (huwelijksreis) gegaan. Na vele onderzoeken had de arts al een vermoeden: het is waarschijnlijk geen hartaanval, maar een extreme vorm van overtraining waardoor het hele lichaam ontstekingsreacties liet zien, welke begonnen bij de borst. Toch wilde ze alles zeker weten voor ik mocht vertrekken. De verpleegkundige zei: ‘’We denken niet dat u naar huis mag, we willen het zekere voor het onzekere nemen’’. Daar ging ik weer…tranen, janken! Ik wilde naar huis! Ik was er zat van!

Het vliegtuig zou vertrekken om 21:00 die avond. Om 18:00 kreeg ik te horen toch weg te mogen. Mijn vrouw was al naar het hotel gegaan om de koffers te pakken. We konden dus direct vertrekken en hebben onze vlucht gehaald. Met zware medicijnen ben ik het vliegtuig ingestapt. Op Schiphol stonden mijn ouders helemaal verontrust te wachten, maar ik was terug. Ik ben op zaterdag teruggekomen en op maandag begonnen met werken. Het leek wel of ik gedurende die periode tot rust moest komen. Werken was minder intensief dan de vorige maanden. Het heeft ongeveer drie tot vier maanden geduurd voor ik me weer een beetje de ‘oude’ voelde. In deze periode heb ik niet getraind.

Europees Kampioen Remi Grooten, Pencak Silat leeft nog steeds in Nederland

Veel mensen vragen mij hoe ik de reis heb beleefd.

Ik blijf het zeggen: het was niet de mooiste reis die ik heb gemaakt, wel de beste. Ik heb veel fijne mensen leren kennen, veel mooie dingen meegemaakt en veel over dingen kunnen nadenken. Verder ben ik het hele leven weer meer gaan waarderen. Dingen die ik eerder als ‘sleur’ of als ‘gewoon’ beschouwde, zie ik nu als heel speciaal. Samen zijn met mijn vrouw, familie en vrienden vind ik nu heel erg belangrijk. Ik geniet nu meer van elke dag. Ongelooflijk wat een kleine twee maanden met je kan doen.

Na de reis in Thailand besloot ik te stoppen met Pencak Silat. Ik ben geschrokken van het einde van mijn reis. Enige maanden later, ergens rond april 2017, kreeg ik van Dennis Scholten het bericht dat hij, indien er enkele geïnteresseerde vechters waren, een school te starten. Dit maakte mij blij, gezien ik voor mijn gevoel toch nog niet klaar was met de wedstrijden.

Trainen bij Dennis en zijn hulptrainers (Bauke van Houten en Ronald Roolvink, beide oud leden Nederlands team) hebben voor mij de plezierfactor in de sport teruggebracht.

We trainen hard en hebben nooit gezeur. We zien het als een hobby en niet als een obsessie. Echter zijn we wel winst gericht. Na bijna een jaar niet op de mat te hebben gestaan, ben ik in september 2017 voor het eerst weer een wedstrijd gaan doen. Dit resulteerde in een gemakkelijke winst. Naar aanleiding van deze winst mocht ik in oktober van dat jaar meedoen aan het EK. Ook het EK heb ik gewonnen. Het NK welke werd gehouden in december heb ik ook op mijn naam kunnen zetten.

Nu is het 2018 en heb ik oprecht besloten mijn laatste wedstrijd jaar in te gaan. In december van dit jaar is er nog en WK en deze probeer ik nog te halen. De kwalificatie begint weer helemaal opnieuw. Mijn doel dit jaar is om super fit wedstrijden te gaan doen. Ik maak lange dagen en probeer op gaatjes vrij te trainen. Tot dusver resulteert dit in ongeveer vijf tot zes dagen per week trainen, variërend van anderhalf tot twee uur per training. Op zondag bereid ik mijn eten voor de hele week voor, zodat ik maar gezond eet. Ik merk langzamerhand weer fitter te worden en ben super gemotiveerd om te zorgen voor een mooie afsluiter. Deze keer niet met als voorbereiding in Yala, maar gewoon bij Dennis in Leeuwarden.

De toekomst van Pencak Silat ziet er, denk ik, goed uit. De NPSF is een bond die hard aan de weg timmert en alle aspecten van Pencak Silat wil laten zien, zowel de cultuur- als de vechtkant. Er zijn vele clubs die aangeven dat de bewegingen van Pencak Silat zijn nagebootst van dieren die in de jungle leven. Vooral voor de clubs die zich richten op het wedstrijdgevecht is deze associatie een grote frustratie, want tijdens wedstrijden is er geen enkele vechter die een dier nadoet. Elke wedstrijdvechter snapt zo ongeveer wel dat elke onnodige beweging energie- en tijdverspilling is. Mochten clubs deze associatie wel willen leggen, dan is het wellicht verstandig erbij te zeggen dat deze clubs het wedstrijdgedeelte niet doen en/of snappen.

Bekijk ook

Waarom de zwaargewicht stoot het meest brute wapen in de vechtsport is

Waarom de zwaargewicht stoot het meest brute wapen in de vechtsport is

De zwaargewicht knock-out stoot is zowel magnifiek als meedogenloos; zo verwoestend als het mooi is. ...